TRUCKSTOPS

Truckstop Border Project : a polyphonic space of transit Studio ilinx and import.export Architecture have received a fund from Stimuleringsfonds to develop a research and design project titled Truck Stop Border Project: a polyphonic space of transit. The project imagines potential futures for the NL-border-truck stops beyond the homogeneity of logistics and approaches them as polyphonic socio-cultural meeting points for a multiplicity of actors and as spaces of care and rest. It will also explore the truck stop as generators for the border zone envisioning new economy and relations in its peculiar context sensitive to their unique identities. The project begins by mapping and analysis of the dynamics between the borders & the truck stops in a larger context. Then it zooms in on three case studies located in (A) Hazeldonk & Meer (NL-BE), (B) Mol (NL-BE), and (C) Dinkelland (NL-DE). Finally, through a series of drawings and texts it imagines future scenarios for these three cases and their peculiar border zones. The expected outcome is a publication exploring the current conditions and future scenarios through mediating between multiple scales, from the Trans-European Transport Network to the bed of the truckers. The project develops through conversation with multiple actors specially the truck drivers and those in minority, using methods of interview, mapping, photography, filming and drawings. Partners: AR-TUR – ABVV – ESPORG
DE KIEM
IEA heeft ism Sweco een masterplan en een nieuwe basisschool met sporthal ontwikkeld voor De Kiem in Sint Katharina Lombeek. De volgende uitgangspunten en concepten zijn gehanteerd: * Rustige omgeving: De locatie bevindt zich in een rustige, landelijke omgeving, waar de kwaliteiten van rust, groen, toegankelijkheid, speelruimte en mooie uitzichten behouden en versterkt worden. Deze elementen worden behouden. * Behoud van historische elementen: De bestaande bebouwing verdwijnt, behalve de oude lagere school. Dit historische gebouw wordt circulair getransformeerd tot een transparante overdekte speelplaats, waardoor een nieuwe ontmoetingsplek ontstaat die tevens verwijst naar het verleden. * Bomen en groen: Het bestaande bomenbestand blijft behouden en verder ontwikkeld. De overgang tussen tuin en harde speelplaats wordt verzacht. Groen wordt verweven met klastuinen, vegetatie-eilanden en vergroende parkeerplaatsen, wat de leer- en leefkwaliteit op school verbetert en natuur inclusief bouwen bevordert en de ecologische waarde voor de buurt toeneemt. * Zonering en structuur: In het masterplan is een zonering en assenlogica vastgesteld voor de inplanting van de nieuwe kleuter- en lagere school, crèche, sportzaal, administratieve ruimtes, speelplaatsen en groene themagebieden. Deze zonering creëert duidelijke toegang-, loop- en zichtassen, die structuur en helderheid bieden in de bouwfiguur en de buitenruimtes met elkaar verbinden. * Ruimte en toegankelijkheid: Het programma wordt uitgebreid met meer ruimte maar de bebouwde footprint wordt tot een minimum beperkt. De herconfiguratie met nieuwe gebouwen en circulatie voldoet volledig aan de toegankelijkheidsregels
TTT
Territoria – Toerisme – Terrorisme Lezingen, discussies & workshops Openingslezing
NATUURTOREN
Natuurtoren IEA i.s.m. BOT Architektuurcollectief De GrotE Ge(k)te in Linter maakt deel uit van het natuurgebied ‘Grote Getevallei’, dat vooral bekend is vanwege de aanwezigheid van de kamsalamander en de grauwe klauwier. Het gebied beslaat in totaal 240 hectare, waarvan 220 hectare officieel erkend is als natuurreservaat. Dit natuurreservaat vervult drie belangrijke functies: het vergroten van de biodiversiteit door het creëren van grote, aaneengesloten natuurzones, het verbeteren van de waterhuishouding en klimaatregulatie, en het versterken van de belevingswaarde voor bezoekers. In de afgelopen jaren is De Grote Ge(k)te verder ontwikkeld met verschillende voorzieningen die de bezoekerservaring verrijken. Het plan om een uitkijktoren te bouwen vormt het sluitstuk van deze ontwikkelingen.
SLIMME SCHAKELS
Ontwerp luifels voor de ‘slimme schakels’, Antwerpen IEA ism Architectuurplatform Terwecoren Verdickt Met de luifels voor ‘Slimme Schakels’ wil de Stad Antwerpen ca. 130 overstappunten vormgeven waar een divers aanbod van vervoersmogelijkheden beschikbaar is voor de reizigers. Het betreffen regionale en lokale tram-, bus-, metro- en treinknooppunten, die onderling en met verschillende fiets- en deelsystemen kunnen gecombineerd worden. De ontwerpvraag beoogt herkenbare, toegankelijke en leesbare luifels. De schijnbare eenvoud van een luifel blijkt echter een caleidoscopisch product, een octopus met linken naar infrastructuur, stedenbouw, architectuur, mobiliteit, structuur, modulair bouwen, duurzaamheid, circulariteit, waterbeheer, groenstructuren, energie, toegankelijkheid, signalisatie, identiteit en zoveel meer. De prominente positie, centraal in het publiek domein van Antwerpen, vereist een ontwerp dat zonder meer deze aspecten incorporeert en exemplarisch is voor het transitiedenken, eigen aan bovenstaande domeinen, dat zich in diverse, Europese steden voltrekt.
NEKKERSDAL
Multifunctioneel verbouwingsproject ‘Nekkersdal’ Finalist IEA ism ARAT Architecten, Robuust en Landinzicht en Group Monument De ruimtelijke interventies introduceren een nieuwe helderheid in de huidige labyrintische situatie, waarbij sommige bestaande zaken verdwijnen en nieuwe elementen worden geïntroduceerd. Het team streeft ernaar om verschillende gebruikersgroepen hun plek op de site te laten (her)vinden, zonder waardevolle elementen uit het verleden te verwijderen. We hebben gezocht naar het karakter en geheugen van de plek en spelen in op de context van de site en haar omgeving. De vertaling van concepten naar een bouwbaar project was een zoektocht naar de juiste interactie tussen programma en locatie. Een nieuwe stedelijke as door het bouwblok organiseert de werking van GC Nekkersdal en introduceert een semi-publieke doorgang voor voetgangers en fietsers. Het hoogteverschil van 5,85 meter wordt opgelost door landschappelijke en speelse hellingen, conform toegankelijkheidsrichtlijnen, wat de doorstroming reguleert en de bezoeker verwondert. Nieuwe groene verblijfs- en speelruimtes langs deze as functioneren als publieke stadstuin, evenementenkoer, speelplek en vrije ruimte. Ze bieden buffering op drukke momenten, organiseren de overlap tussen programma’s, verwelkomen buren en passanten en faciliteren leveringen en toegang voor hulpdiensten.
Eo Wijersprijs
Finalist – Eo Wijersprijsaanvraag “Zoals getij het land vormt, bouwen wij samen aan stad, land en haven” IEA ism Juurlink[+]Geluk
Desired Places
Op een reeks projecten overheen een tijdspanne van 20 jaar ‘architectuur maken’ stellen we vast dat IEA een instrumentarium ontwikkeld heeft van ontpitting, ontharding en vergroening. Vaak wordt er resoluut gekozen om ruimtelijke kwaliteit en belevingen in een project te verkennen door geen extra ruimte fysiek te vertalen in 100% pure massa of gebouwde materie. Bij het optekenen in een eerste Atlas van het werk tijdens de lockdown (2021) bleek dat we meer aan architectuur hebben gemaakt door wegname dan door toevoeging. Het niet toevoegen van nog extra m² of m³ bebouwing maar net het bewust weghalen ervan versterkt de ruimtelijke beleving en sociale interactie. Het doordacht weghalen, het creëren door te ont-bouwen, het introduceren van een strategische leegte als een vrijplaats creëert een onberekenbare meerwaarde en belevingsvrijheid binnen het bouwwerk en zijn directe omgeving. Deze vaak onduidelijke of deels onbegrensde ruimte regenereert een plek, zonder meteen fysiek vatbaar of meetbaar te zijn. In zijn schijnbare afwezigheid geeft deze ruimte bestaansrecht aan zuurstof, licht, perspectief, doorzichten, sociale interacties, bijzondere (groene) biotopen en wisselbare invullingen , maar bovenal genereert het een connectiviteit met de tastbare en/of ontastbare elementen, het belevingsgenot en verwondering over het wisselende onbestemde. IEA vult deze atlas met cases systematisch aan als bredere lezing en onderzoek van hoe deze bewuste onbebouwde ruimte meervoudig kunnen inzetten als desired spaces. Geen directe utopie maar mogelijks een uitgesproken toekomstige noodzaak.
Stabroek

Masterplan Molenveld-Pekgat, StabroekIEA ism Delva Landscape Architects en antropologe Ruth Soenen Het projectgebied bevindt zich tussen fragmenten en zones bebouwing, een stukje open landschap dat geprangd zit tussen wegen en wijken.Een structuur die nodig is als ruggegraat voor de ontwikkeling, maar die in haar precieze uitwerking niet wordt vastgelegd; dat laat openheid voor inspraak, inspelen op omstandigheden. Het is niet omdat het open is, dat er geen planning is.Het aan elkaar zetten, koppelen, hechten. Dit gebeurt op meerdere manieren: randen verknopen, stromen doorstuwen, importeren en exporteren van en naar de omgeving.Op schaal van de kavels van het dorp, van de wegels, van de individuele woningen, maar ook van de plaatselijke akkers en grachten.De watergangen en de infrastructuur worden in een beginfase grotendeels, maar niet volledig uitgevoerd. De ontwikkeling van de bebouwing wordt in verschillende fasen voorzien. Er is een startproject bekend, maar de timing en de plaatsbepaling van de (volgende) fasen zijn nog open. Afhankelijk van alle parameters en actoren, kan sneller of trager met deze of meedere deelgebieden worden gewerkt. Er wordt gewerkt in fasen per raster-vak van ca. 1 ha. Enkel het eerste rasterproject wordt bij het begin definitief bepaald. Op het einde van een fase wordt het volgende rasterproject bepaald.Doordat eerst een landschappelijke en infrastructurele structuur is gedacht, zorgt die er voor dat op eender welk tijdsstip in de ontwikkeling, het projectgebiedsteeds een ruimtelijke samenhang zal hebben en ervaren wordt als een landbouwgebied, een natuurgebied, een parklandschap, een woonlandschap, een groene wijk, een buurt met bomen en water.Trage ontwikkeling: organisch groeiend, volgens behoeften, noden, markt, minder en meer gestuurd.
Warmtecentrale

Warmtecentrale, Antwerpen IEA ism beeldend kunstenaar Leon Vranken In het rivieren- en duinenlandschap van het landschapsontwerp worden de motoren, de transformatoren, de luchtcompressoren, de technische ruimte van de warmtecentrale in een ‘plateauduin’ ondergebracht. De warmtecentrale wordt dus maximaal verweven met en opgenomen in het landschapsontwerp. Het gebouw ontwikkelt geen eigen autonome vorm, geeft (bijna) niets prijs van zijn functie, maar wordt als het ware bedekt door het parklandschap. Het park verliest hierdoor geen open ruimte aan de centrale maar wint, in tegendeel, extra ruimte bij doordat de flanken toegankelijk zijn.Op het dak van de warmtecentrale is een speelwaterplein voorzien met een minimale oppervlakte van 20 bij 30 meter. De langste zijde van het plein is oost-west georienteerd. Op dit plein bevinden zich een betonnen schoorsteen en een waterfontein. Beide verticale elementen voeren onder invloed van natuurlijke en artificiele krachten (zoals de wind, de zon, het licht, hun schaduwen, de trilling van de motoren, de rookuitstoot) een continue veranderlijke dans uit. Nu eens sensueel en verleidelijk, dan wild en onvoorspelbaar en op andere momenten speels en uitdagend. De fontein bevindt zich ten westen van de schoorsteen, in het verlengde van een lineaire wadi. De hoogte van de fontein wordt mee aangestuurd door de graad van activiteit in de krachtcentrale.Water speelt een bijzonder belangrijke rol in het landschapspark en de woonwijk Nieuw Zuid. In het huidige plan wordt het water voornamelijk in een horizontale toestand ervaren (grachten, water in de wadi’s). Een bijkomende verticale beleving van het water vormt hierop een toegevoegde waarde en sluit ook aan bij een lange traditie van parkfonteinen.Daarnaast geeft de fontein ook een bijkomende beeldkwaliteit en een extra dimensie aan de ruimtelijke ervaring, met name in relatie tot de vijftig meter hoge schouwmantel. Door dit koppel, de protagonisten van het verhaal te maken wordt hun archetypische rol en betekenis fundamenteel in vraag gesteld, gerelativeerd en gedecontextualiseerd. De aandacht gaat niet langer meer louter naar het beeld, het visuele aspect van ‘de schouw’ (al dan niet storend, belangrijk, orienterend, esthetisch) maar naar zowel de schoorsteen als de fontein, naar een koppel.